Start
Omhoog

Meer uitleg

 

Met bestaande woorden kun je nieuwe woorden bouwen.

1. Grondwoorden

       voorbeeld: hoed, tafel, zon, stad, rust, licht, prins

Een grondwoord is het allerkleinste puzzelstukje. Je kunt een grondwoord wel splitsen in lettergrepen, maar niet in andere afzonderlijke woorden.

2. Samenstellingen

voorbeeld: meisjesschool, rusthuis, stadhuis, zomerzon, paardenkracht, lichtflits, droomprins

Als je grondwoorden samenvoegt, krijg je een samenstelling. Je kleeft twee of drie (of meer) grondwoorden aan elkaar.

meisje + school = meisjesschool
rust + huis = rusthuis
stad + huis = stadhuis
zomer + zon = zomerzon
enz. ...

3. Afleidingen

Een woord kan je een nieuwe betekenis geven door aan dat grondwoord een voorvoegsel of achtervoegsel toe te voegen.

voorvoegsel + grondwoord
(on-, her-, ver-, anti-, be-, wan-, aarts-, mono-, ...)

on + rust = onrust
her + inrichten = herinrichten
anti + reclame = antireclame
enz. ...

grondwoord + achtervoegsel
(-lijk, -(e)lijk, -je, -(p)je, -achtig, -aar, -loos, -iteit, -isch, ...)

einde + lijk = eindelijk
stad + je = stadje
rots + achtig = rotsachtig
enz. ...

voorvoegsel + grondwoord + achtervoegsel

ont + vlam + baar = ontvlambaar
ge + berg + te = gebergte
enz. ...