Start
Omhoog

 

Welke slimmerik schrijft een limerick?

 

Een man in de Ierse stad Limerick
die vond zichzelf een slimmerik.
Van elk bericht,
maakte hij een gedicht.
En zo ontstond daar de limerick!

 

Er was eens een meisje in Loenen,
die wist niet goed hoe ze moest zoenen.
En ze wilde zo graag,
dus had ze één vraag:
Waar vind ik een ridder, een koene?

 

Er is een mijnheer in Koksijde
die wandelt graag door de weide
Want hij waant zich een dier
een bok of een stier
hij is evenwel geen van beide

 

   

Er was eens een meisje uit Schagen
die had weer ’s een van die dagen
dan ging het niet goed
ze verloor alle moed
en kon zelfs geen kusje verdragen.

Er was eens een Duitser in Aken,
die vreselijk last had van braken.
Bij wijze van pil
kreeg ie toen kikkerdril,
wat ’t braken deed omslaan in kwaken.

Een bloemenverkoopster uit Gent
geraakte maar niet aan een vent
Dat was niet zo raar,
want zij had geen haar
en verder bezat ze geen cent.

 


Ritme:


Patoempa Patoempa Patoempa
Patoempa Patoempa Patoempa
Patoempa Patoem
Patoempa Patoem
Patoempa Patoempa Patoempa

Inhoudelijke kenmerken van de limerick:

  • de eerste regel eindigt meestal op een plaatsnaam;
  • ze gaan over mensen, die iets vreemds doen of beleven;
  • ze vertellen wat die mensen doen of beleven;
  • ze zijn grappig, je kunt erom lachen.

 

Vorm- en structuurkenmerken van limericks:

  • het is een versje van vijf regels;
  • de derde en vierde regel zijn korter dan de andere regels;
  • de eerste, tweede en vijfde regel rijmen op elkaar en de derde en vierde regel rijmen op elkaar.