Start
Omhoog

Lijdend Voorwerp

Het lijdend voorwerp (LV) is het zinsdeel dat de handeling "ondergaat".
Het kan een persoon of zaak zijn.
Nadat je het onderwerp hebt gevonden, kun je kijken of er een LV (lijdend voorwerp) in de zin staat.


We doen dat zo:

1. Wie/wat + gezegde + onderwerp

Voorbeeld:

Moeder bestelde gebakjes.

Wat bestelde moeder? gebakjes

Manon kuste haar vriend.

Wie kuste Manon? haar vriend

Mijn oom is piloot.

Wat is mijn oom? piloot

2. We doen nu de volgende proef:

Van het LV kun je namelijk een onderwerp maken in een zinnetje met worden. De proef gaat als volgt:

  • 1 Neem het zinsdeel waarvan je denkt dat het LV is,
  • 2 Zet er worden/wordt achter
  • 3 Daarachter zet je het werkwoord uit de zin.

Is het eerste zinsdeel onderwerp?

JA dan was het LV
NEE dan was het geen LV

Voorbeeld:

Moeder bestelde gebakjes.

Wat bestelde moeder? Gebakjes worden besteld gebakjes = het LV

Manon kuste haar vriend.

Wie kuste Manon? Haar vriend wordt gekust haar vriend = LV

Mijn oom is piloot.

Wat is mijn oom? Piloot wordt ??????? piloot = GEEN LV

Om te onthouden: In een zin waarin een vorm voorkomt van het ww worden,vind je nooit een lijdend voorwerp. Een zinsdeel,dat met een voorzetsel begint, is nooit een onderwerp of een lijdend voorwerp in de zin.

OEFENINGEN

Oefening lijdend voorwerp 1