Start
Omhoog
Oefening 1
De Persoonsvorm

Dit is het zinsdeel dat vooraan komt te staan als je de zin door verschuiving vragend maakt.


VOORBEELD:

Elk jaar gaat oom Pieter met vakantie naar Spanje.

(Gaat) oom Pieter elk jaar met vakantie naar Spanje?

Bijzondere gevallen:

  • de zin is al vragend. De pv staat dan al vooraan.Ter controle kun je de zin door verschuiving niet-vragend en vragend maken.

VOORBEELD:

Is de klok gisteravond stil blijven staan?

De klok is gisteravond stil blijven staan.

(Is) de klok gisteravond stil blijven staan?
-> er staat een vragend woord vooraan.

Ter controle:

  • verander dat woord in een niet-vragend woord. Maak dan de zin door verschuiving vragend. De pv staat dan weer vooraan.

VOORBEELD:

Wie komt te laat op school? Die komt te laat op school.

(Komt) die te laat op school?

Verdelen in zinsdelen

Nadat je de pv gevonden hebt, ga je de andere zinsdelen begrenzen. Alle woorden, die je samen voor de pv kunt zetten, moet je één zinsdeel noemen.

VOORBEELD:

Gistermiddag (heeft) de wielrenner de derde plaats behaald.

De wielrenner (heeft) gistermiddag de derde plaats behaald.

De derde plaats (heeft) de wielrenner gistermiddag behaald.

De zinsdelen zijn:

/Gistermiddag/(heeft)/de autocoureur/de derde plaats/behaald.

 

We onthouden

Je kunt de persoonsvorm vinden door de tijd waarin de zin staat, te veranderen. (Als hulpmiddeltje kan je de woordjes 'nu' en 'gisteren' gebruiken.)

Het woord dat verandert, is de persoonsvorm.

Bijvoorbeeld:

De zinnen hierna staan in de tegenwoordige tijd. (nu)

  • Nu rijdt het meisje naar school.
  • Nu rijd ik naar school.
  • Nu rijden de meisjes naar school.

Verander je het woordje 'nu' in 'gisteren', dan verandert de persoonsvorm. De zin komt dan in de verleden tijd. (gisteren)

  • Gisteren reed het meisje naar school.
  • Gisteren reed ik naar school.
  • Gisteren reden de meisjes naar school.

De persoonsvorm vertoont overeenkomst in getal (enkelvoud - meervoud) en soms ook in persoon (1ste, 2de en 3de) met een ander zinsdeel, het onderwerp.