Zeer kleine speeldoos

 

Amarillis

hier is

in een zeepbel

Iris

 

                                    hang de bel

                                    aan een ring

                                    en de ring

                                    aan je neus

                                    Amarillis

 

Schud je 't hoofd

speelt het licht

in de bel

met Iris

Schud je fel

breekt de bel

Amarillis

 

                                    Waar is

                                    Iris

                                    Iris is hier geweest

                                    Amarillis

                                    aan een ring

                                    en de ring

                                    aan jouw neus

 

Wijsneus

Amarillis

 

 

 

Meer teksten van Paul van Ostaijen

En nog meer...

 

 

De dichter

 

Paul van Ostaijen (1896-1928) trapte de Vlaamse dichtkunst de twintigste eeuw in, op weinig zachtzinnige wijze. Hij was, zoals men zegt, zijn tijd vooruit, niet n, niet twee, niet drie maar een stuk of vier keer. Eerst schreef hij moderne stadsgedichten (hij was de eerste dichter die het gewoon over een fiets had), vlammende maatschappelijke betrokken verzen (hij riep op tot de Vlaamse revolutie), vervolgens gaf hij zich over aan de 'ritmische typografie' (met wild over de bladzijde dansende woorden in allerlei lettertypes) en daarna bereikte hij zijn eindpunt bij de 'zuivere lyriek', om vervolgens op 32-jarige leeftijd te sterven aan tuberculose. Hij liet Vlaanderen en ook Nederland ademloos achter. Waarschijnlijk is hij de meest invloedrijke Vlaamse dichter ooit. Al zijn bundels zijn beroemd, Music-hall, Het Sienjaal, Feesten van angst en pijn, Bezette stad, maar het bekendst zijn zijn nagelaten gedichten.

 

Het gedicht

'Zeer kleine speeldoos' is een goed voorbeeld van Van Ostaijens laatste gedichten: een belachelijk eenvoudig gedicht. Hoe hard je ook naar een betekenis zoekt, je vindt er geen. Dat is precies wat Paul van Ostaijen wilde. Hij wilde 'zuivere lyriek', pure klankpozie zonder bijbedoelingen. Noch zijn meningen of ideen, noch zijn eigen persoon mochten een spoor in deze pozie achterlaten. In plaats van grootse gedichten (die hij daarvoor had gemaakt) wilde hij nu alleen muziekjes maken. Vandaar de titel, 'Zeer kleine speeldoos'. 'Pozie = woordkunst' zei hij. Woordspel, zou je haast zeggen. Een luchtig spel met klanken, alsof het zeepbellen zijn. Nog simpeler dan een kinderliedje. Zoals Amarillis speelt met de zeepbel en met Iris, zo speelt de dichter met woorden. Amarillis, een bloem, heeft werkelijk niets met Iris, een meisjesnaam (oorspronkelijk De Dageraad), te maken, behalve dat ze op elkaar rijmen. We komen ook niet te weten wie of wat Amarillis en Iris zijn. Ze kunnen ons zelfs niks schelen. Maar als je het gedicht ooit een keer gehoord hebt, vergeet je het nooit meer.