Start
Omhoog
Evaluatiefiches
  • Non-verbaal gedrag

1 is houding aangepast aan situatie?  
2 gebaren/ beweging doeltreffend?  
3 oogcontact goed gedoseerd (contactdriehoek?)  
4 mimiek in overeenstemming met situatie (smile)  
5 juiste afstand?  

 

  • Stemtechniek

1 correcte uitspraak?  
2 voldoende pauzes?  
3 vloeiend spreken?  
4 vlot tempo?  
5 intonatie duidelijk?  
6 toonhoogte goed?  
7 stemvolume voldoende?  
8 voldoende beklemtoonde woorden?  
9 krachtige stem?  

 

  • Assertiviteit
1 spreekt de anderen zelfverzekerd aan?  
2 is toon nergens sarcastisch? vernederend?
kruiperig?
 
3 klinkt stem niet beschuldigend?  
4 is optreden oplossingsgericht?  
5 probeert naar de andere te luisteren?  
6 is de boodschap niet aanvallend of kwetsend?  
7 zegt duidelijk wat hij/zij denkt of voelt  

 

  • Argumentatie
1 vind je info van spreker betrouwbaar?  
2 gebruikt hij gepaste argumenten?  
3 is taalgebruik correct?  
4 is argumentatie beknopt en ter zake?  
5 is argumentatie goed opgebouwd?  
6 gebruik nepargumenten?  
7 zijn de argumenten terecht?  
8 weerlegt tegenargumenten?  
9 blijft spreker zo objectief mogelijk?  
10 kan luisteren naar andere sprekers?  

 

  • Vragen stellen
1 voldoende afwisseling in vraagstelling?  
2 voldoende structuur in vragen?  
3 ondersteunen non-verbale elementen de boodschap?  
4 stelt hij/zij niet te veel vragen in ťťn keer?  
5 voldoende doorvragen?  
6 suggererende vragen  

 

  • Audiovisuele middelen
1 verduidelijken de hulpmiddelen de boodschap?  
2 voldoende voorbereid?  
3 niet te veel hulpmiddelen?  
4 bevorderen hulpmiddelen contact met publiek?  
5 hulpmiddelen op juiste manier aangewend?  

 

  • Mondeling verslag
1 voldoende / correcte informatie  
2 houdt zich aan het onderwerp  
3 logisch opgebouwde uiteenzetting  
4 gepaste hulpmiddelen  
5 houdt zich aan zijn tijd  
6 publiek geboeid?  

 

  • Luisterbekwaamheid

1 geconcentreerd of afgeleid?  
2 weet ik nog wat spreker zei?  
3 kan ik in grote lijnen samenvatting geven?  
4 kernideeŽn onthouden?  
5 ben ik er mij van bewust dat wat ik begrepen heb niet  
6 de enig mogelijke interpretatie is?  
7 (dialoog -groepsgesprek) treed ik op wanneer de  
8 spreker geeft niet de juiste informatie?  
9 weet ik nu wat ik met de informatie ga doen?  

 

  • Telefoneren
1 stelt opgeroepene zich duidelijk en vriendelijk voor?  
2 noemt beller zijn naam?  
3 stelt beller gerichte vragen?  
4 geeft ontvanger voldoende informatie?  
5 luistert ontvanger aandachtig?  
6 laat ontvanger beller uitspreken?  
7 aangepast taalgebruik aan situatie?  
8 gebeurt afsluiting correct  

 

  • Interview

de interviewer
1 opvallend genoeg aanwezig?  
2 neemt niet te pas en te onpas het woord?  
3 luistert naar gesprekspartner?  
4 bereikt op einde zijn/haar doel?  
5 laat zich niet te vaak afleiden?  
6 houdt rekening met non-verbale signalen van geÔnterviewde?  
7 begin en einde interview vlot?  
de geÔnterviewde
1 luistert naar vragen / antwoorden ter zake doende?  
2 praat over wat hij/zij te vertellen heeft?  
3 tracht vragen te ontwijken?  
4 stuurt hij non-verbale signalen uit?  
5 geeft bereidwilligheid aan bij antwoorden?  
het interview
1 sfeer is niet afstandelijk?  
2 zijn gesprekspartners open?  
3 verloopt het vlot?  
4 is binnen tijdsbestek alles gezegd wat gezegd moest/kon worden  

 

 

  • Discussie-deelnemer

inhoud
1 gebruikt korte / gepaste argumenten  
2 presenteert ideeŽn overzichtelijk?  
3 durft kritiek geven op ideeŽn van anderen?  
4 goed voorbereid op de discussie?  
5 verwart hij feiten met meningen?  
structuur
1 logische volgorde?  
2 legt verbanden (verbindingswoorden) tussen zijn ideeŽn?  
3 durft vragen stellen?  
4 herhaalt standpunten en argumenten op gepast moment?  
5 maakt zijn doel meteen duidelijk?  
presentatie
1 blijft luisteren?  
2 kan mening duidelijk verwoorden?  
3 geeft blijken van afkeuring verbaal? / non-verbaal?  
4 blijft geÔnteresseerd in wat de anderen zeggen
verbaal? / non-verbaal?
 
5 accepteert kritiek op wat hij zegt?  

 

 

  • Discussie De Voorzitter

inhoud
1 goed voorbereid?  
2 zinvolle introductie (doel, afbakening, probleemstelling)  
3 voldoende feiten en meningen aan bod?  
structuur
1 introduceert onderwerp?  
2 is structuur duidelijk?  
3 vat goed samen?  
4 sluit gepast af?  
presentatie
1 herhaling voldoende?  
2 kan ideeŽn duidelijk verwoorden?  
3 laat iedereen uitspreken?  
4 laat iedereen aan het woord?  
5 roept deelnemers tot de orde? (indien nodig)  
6 volgt objectief het gesprek op?  
7 stimuleert deelnemers voldoende?  
8 blijft rustig, (niet emotioneel, in paniek)?  
9 leidt het gesprek?  

 

  • Spreekbeurt/presentatie
1 voldoende / noodzakelijke info  
2 boodschap duidelijk/correct?  
3 kan vragen correct beantwoorden?  
4 leidt de spreker het thema in?  
5 logische structuur?  
6 correct gebruik spreekschema?  
7 gepaste afsluiting?  
8 respecteert tijd  
9 gevarieerde taal?  
10 aangepast aan publiek?  

 

  • Speech
1 woorden zinnig en relevant?  
2 hebben ze iets te maken met het onderwerp van de speech?  
3 inhoud en verbanden / logisch opgebouwd?  
4 inleiding en slot: komt krachtig over?  
5 beheersing zenuwen, zelfverzekerd overkomen